print
   
   
   
   
   

Mythen en feiten

Mythen en feiten in de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen

Waar of niet waar? Mythe of feit? Elk vakgebied, de GHOR niet uitgezonderd, kent hardnekkige geruchten die lang niet altijd op waarheid berusten. Hoe bruikbaar is dan de theorie waarop onze voorbereiding op rampen is gebaseerd? Hoe onderbouwd zijn eigenlijk onze rampenplannen?
Wat gebeurt er feitelijk in de praktijk en wat leren wij daarvan?

Hieronder staan enkele vragen opgesomd. Wat zijn de mythen, wat zijn de feiten? Bent u in de praktijk ook dergelijke voorbeelden tegengekomen? Laat het ons weten en we plaatsen ze in deze rubriek.


Wie redden de meeste slachtoffers?
Mythe: Hulpverleners redden de meeste slachtoffers.
Feit: Overlevenden redden de meeste slachtoffers.

Hoe bereiken gewonden het ziekenhuis?
Mythe: Gewonden worden per ambulance naar een geschikt ziekenhuis vervoerd aan de hand van het gewondenspreidingsplan.
Feit: Gewonden bereiken het meest nabije ziekenhuis met de auto, te voet of op de fiets.

Wie komen als eerste aan in het ziekenhuis?
Mythe: De zwaarst gewonden arriveren het eerst in het ziekenhuis.
Feit: De minst zwaar gewonden arriveren het eerst in het ziekenhuis.

Wie stuurt hulpverleners naar de rampplek?
Mythe: De meldkamer stuurt hulpverleners naar de rampplek.
Feit: Hulpverleners gaan op eigen initiatief naar de rampplek.

Wanneer decontamineren?
Mythe: Eerst decontamineren dan transporteren.
Feit: Gewonden zijn vaak al in het ziekenhuis voordat decontaminatie op de rampplek mogelijk is.

Vormen niet begraven stoffelijke overschotten een gezondheidsrisico?
Mythe: Stoffelijke overschotten vormen een ernstig gezondheidsrisico. Ze moeten daarom snel worden begraven. Bovendien moet de bevolking preventief gevaccineerd worden.
Feit: Niet begraven stoffelijke overschotten vormen geen gevaar van betekenis voor de volksgezondheid.

Leiden rampen tot epidemieën?
Mythe: Rampen leiden tot een verslechterde gezondheidstoestand die onontkoombaar leidt tot epidemieën.
Feit: In de meeste landen is het toezicht op de volksgezondheid voldoende om opkomende epidemieën tijdig te signaleren en te onderdrukken. Het kan echter lijken alsof er meer epidemieën voorkomen doordat het toezicht op de gezondheidstoestand en –zorg verscherpt is na rampen.

Hoeveel paniek ontstaat er na een ramp?
Mythe: Paniek is een algemene reactie.
Feit: De meeste mensen gedragen zich rationeel. Paniek kan niet 100% worden uitgesloten maar het is een zeer weinig voorkomende reactie.

Hoe reageren slachtoffers op een ramp?
Mythe: De meeste slachtoffers reageren passief en apathisch.
Feit: Slachtoffers zijn, voor zover hun medische toestand dit toelaat, actief. Zij starten snel met reconstructie en herstel. Zelfs in de meest zwarte scenario's reageert minder dan 30% passief en apathisch.

Ontvluchten mensen het rampgebied, weg van de ramp?
Mythe: Mensen verlaten en masse het rampgebied.
Feit: Doorgaans komen mensen samen in het rampgebied dat steeds voller wordt. De slachtoffers blijven waar ze zijn: in het rampgebied.
Hoe up-to-date is de crisis- en risicocommunicatie die het ziekenhuis krijgt?
Mythe: Ziekenhuizen krijgen snel, via de officiële kanalen, informatie over aantallen slachtoffers, de aard en ernst van de verwondingen.
Feit: Ziekenhuizen worden gebrekkig en onvolledig geïnformeerd, vaak door slachtoffers en de media.

Wie zijn het vaakst slachtoffer van rampen?
Mythe: Rampen treffen mensen, onafhankelijk van hun sociale klasse of economische status.
Feit: Arme en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen lopen een groter risico getroffen te worden door een ramp dan rijke bevolkingsgroepen en de middenklasse.

Hoe dodelijk zijn aardbevingen?
Mythe: Bij aardbevingen vallen doorgaans veel doden.
Feit: Het aantal dodelijke slachtoffers valt bij de meeste aardbevingen relatief mee. De meeste doden vallen door het instorten van gebouwen. Door aardbevingsbestendig te bouwen, kan het aantal dodelijke slachtoffers sterk worden verminderd.

Hoe lang overleven slachtoffers onder het puin?
Mythe: Slachtoffers kunnen dagen onder het puin van bijvoorbeeld een ingestort gebouw overleven.
Feit: Als slachtoffers levend onder het puin vandaag gehaald worden, is dat doorgaans binnen 12-24 uur.

Is criminaliteit synoniem aan rampen?
Mythe: Plunderingen zijn een algemeen en serieus probleem na rampen.
Feit: Plunderingen zijn een zeldzaam en beperkt probleem. Ze komen vooral voor onder bepaalde randvoorwaarden, bijvoorbeeld als een samenleving ook voor de ramp al sterk verdeeld was.

Is alle hulp welkom?
Mythe: Elke vorm van hulp is welkom en moet geaccepteerd worden zolang deze maar gauw op gang komt.
Feit: Haastige en versnipperde initiatieven leiden vaak tot chaos die om coördinatie vraagt. Dit kost geld, energie en menskracht. Geboden hulp, goederen en mankracht zou geaccepteerd moeten worden zolang deze in een behoefte voorzien.

Is er behoefte aan medicijnen?
Mythe: Het is altijd goed om medicijnen naar het rampgebied te sturen.
Feit: Stuur alleen medicijnen waarvan duidelijk is wat de werkzame stof is, welke aandoeningen ermee behandeld kunnen worden, die niet over datum zijn en die goed bewaard en toegediend kunnen worden in het rampgebied. Is dit niet het geval dan zijn medicijnen nutteloos en potentieel gevaarlijk.

Hoe bestuurbaar zijn rampen?
Mythe: Rampen leiden tot chaos die onmogelijk systematisch bestuurd kan worden.
Feit: Er zijn goede theoretische modellen die aantonen hoe rampen werken en hoe ze bestuurd kunnen worden. De generieke kenmerken van rampen zijn bekend en ze doen zich keer op keer voor.


Bij het samenstellen van mythen en feiten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
Auf der Heide, E. The importance of evidence based disaster planning. Annals of Emergency Medicine. 2006; 47: 34-49.
Alexander, D.E. Misconceptions as a barrier to teaching about disasters. Prehospital and Disaster Medicine. 2007; 2: 95-103.



 Zoek
 
 
Document insturen
 
 
   
  Contact    Mijn NIFV    Disclaimer    Sitemap    Help