Staalkaart Adviesbureaus
In het kader van spoor 3 van het meerjarenonderzoeksprogramma is een veldonderzoek uitgevoerd: de Staalkaart Adviesbureaus. De afgelopen maanden zijn interviews gehouden met deskundigen van zeventien adviesbureaus op het gebied van veiligheid. Het onderzoek richtte zich op de vraag hoe adviesbureaus in Nederland omgaan met het toepassen van berekeningen en simulaties in het kader van bouwvergunningverlening. De interviewgegevens zijn vervolgens vergeleken met de resultaten uit een eerder uitgevoerde literatuurstudie naar simulatie. Er zijn vijf onderwerpen met betrekking tot de toepassing van berekeningen en simulaties door adviesbureaus onderzocht:
- — kennisnetwerken, waarin kennis en ervaring worden onderhouden
- — soort simulaties/berekeningen die worden toegepast
- — toepassingen (karakter van de gelijkwaardigheidsbeoordelingen)
- — resultaat/proces van de vergunningverlening
- — kennis, uitgedrukt in competenties en opleidingen.
Conclusies
De hoofdconclusie uit het onderzoek is dat er volgens de adviesbureaus nog veel te verbeteren valt aan de toepassing van simulatiemodellen in Nederland. Alle conclusies en de gegevens waarop de conclusies zijn gebaseerd kunt u vinden in het rapport Staalkaart Adviesbureaus.
Rapport_staalkaart_adviesbureaus_mei_2007.pdf
Aanbevelingen
Naar aanleiding van dit onderzoek doet het NIFV de volgende vijf aanbevelingen:
- De uitwisseling van kennis van en de ervaring met het toepassen van berekeningen en simulatiemodellen moet centraal en actief geregisseerd worden.
- De instantie die de Nederlandse ervaringen evalueert, moet de contacten met de buitenlandse kennisinstituten gaan onderhouden; daar worden de modellen voornamelijk ontwikkeld.
- De bovenbedoelde instantie zou een dusdanige status en werkwijze moeten hebben dat best practises betreffende gelijkwaardige oplossingen, protocollen voor de toepassing van berekeningen en simulatiemodellen en bepaling van gelijkwaardigheid van veiligheidsniveaus uniform door gemeenten worden geaccepteerd.
- De achterstand in noodzakelijke competenties voor de beoordeling van gelijkwaardige oplossingen moet worden weggewerkt. Het gaat daarbij vooral om de ontwikkeling van inzichten in brandfysica en vluchtgedrag, respectievelijk in het conceptueel denken over brandveiligheidsoplossingen (fire safety engineering, FSE).
- Het opleidingenaanbod en het competentieniveau van brandveiligheidsdeskundigen zouden onderverdeeld kunnen worden in drie niveaus (hoe hoger het nummer van het niveau, des te meer kennis en ervaring noodzakelijk zijn):
- Niveau 1: beoordeling van standaardsituaties, volgens de prestatie-eisen in het Bouwbesluit
- Niveau 2: beoordeling van (relatief veel toegepaste) gelijkwaardigheidssituaties
- Niveau 3: beoordeling van (relatief weinig toegepaste) FSE-situaties.
|
| |
|
|
 |
 |
| Nieuws |
 |
 |
| Congresagenda |
 |
 |
| Mijn NIFV |
 |
 |
|
| |
|
| |
|
| |
|
|
| |
|