Nieuws
Opening Academisch Jaar 2009-2010: partners aan het woord
Donderdag 10 september werd het Academisch Jaar 2009-2010 van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra (NIFV) officieel geopend. De opening stond in het teken van partnerschap. Volgens Wim Papperse, directeur NIFV, gaan veiligheidsregio's steeds meer samenwerken met andere netwerkpartners zoals de vitale sectoren en waterschappen. De scope van veiligheid verbreedt zich hierdoor. Dr. Sybe Schaap, voorzitter van de Unie van Waterschappen, sprak over de nieuwe uitdagingen in waterveiligheid. Daarna volgde, onder leiding van dagvoorzitter Tineke Verburg, een paneldiscussie over de stand van zaken in de veiligheidsregio's. Samenwerking was ook hierbij het sleutelwoord zowel met netwerkpartners in de overheidssector als met partners uit het bedrijfsleven.
Wim Papperse verwelkomde alle aanwezigen. Niet alleen waren vertegenwoordigers van brandweer, politie, GHOR en gemeenten aanwezig. Ook andere partijen zoals defensie, waterschappen en de telecom- en energiesector waren vertegenwoordigd. Deze verbreding van samenwerkingspartners is ook te zien in de veiligheidsregio's. Het NIFV verbreedt zich eveneens door uitbreiding van onderzoek, kennisontwikkeling en onderwijsaanbod, alsmede door als drager een belangrijke rol te vervullen in de aanloop naar een ondersteuningsorganisatie voor het Veiligheidsberaad en de veiligheidsregio’s. Een voorbeeld van de onderwijsverbreding is de nieuwe Master of Crisis and Public Order Management (MCPM), die vanaf januari 2010 van start gaat. Hierin zijn thema's als openbare orde en gevaarbeheersing opgenomen.
Nieuwe uitdagingen in waterveiligheid
Dit jaar was de eer aan dr. Sybe Schaap, dijkgraaf en voorzitter van de Unie van Waterschappen, om het academisch jaar officieel te openen. Hij sprak over de nieuwe uitdagingen in waterveiligheid. Volgens hem reageert Nederland altijd te laat op waterincidenten en overstromingen. Na de overstroming 1953 hebben wij weliswaar de juiste maatregelen genomen om een herhaling te voorkomen. De risico’s van een dergelijke overstroming waren echter al voor 1953 bekend. De dreiging voor de toekomst is groot. Het risico op een waterramp is in termen van kans maal effect groter dan van alle andere dreigingen bij elkaar. Daarbij gaat het niet zozeer om de stijging van de zeespiegel, maar baart de daling van de bodem van tien tot twintig centimeter per eeuw nog veel meer zorgen. Dit betekent dat waterschappen en andere partijen (Rijkswaterstaat, provincie, gemeenten) veel proactiever moeten omgaan met de gevaren van water. Reden genoeg dus voor beleid. Ook in de paneldiscussie stonden de panelleden stil bij de onmogelijkheid van de (rijks)overheid goed voorbereid te zijn op een grootschalige overstroming. Henk Geveke, directeur Nationale Veiligheid bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, benadrukte vooral de noodzaak van een mentaliteitsverandering. Gemeenten en veiligheidsregio’s moeten beseffen dat risico’s soms niet beginnen op lokale schaal, maar meteen een regio of het gehele land kunnen treffen. De veiligheidsregio’s worden dan bijvoorbeeld belast met de opvang van 50.000 geëvacueerden. In dergelijke situaties moet de rol van veiligheidsregio’s niet overschat worden. Een goede voorbereiding is noodzakelijk en landelijke (aan)sturing is onontkoombaar.
Netwerkfunctie veiligheidsregio's
Tijdens de paneldiscussie viel op dat binnen de verschillende (veiligheids)regio’s veel tijd is besteed aan allerlei bestuurlijke en andere geschillen en dat soms vergeten lijkt te worden dat het gaat om de veiligheid van de burgers, zo merkte Jac Rooijmans, directeur Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant en regionaal brandweercommandant, op. Nu zo langzamerhand de belangrijkste zaken binnen de veiligheidsregio’s zijn uitgekristalliseerd, kan de stap naar de netwerkfunctie van de veiligheidsregio echt worden gezet. Ben Voorhorst, operationeel directeur TenneT, pleitte voor een bovenregionale opschaling bij (de preparatie op) grootschalige incidenten. Het is voor andere partijen niet te doen om afspraken te maken met 25 afzonderlijke regio’s. Volgens Thom de Graaf, voorzitter van het Veiligheidsberaad, is dit ook niet nodig. Momenteel wordt er gewerkt aan een modelconvenant op basis waarvan alle regio’s hun contacten met de vitale sectoren op uniforme wijze kunnen regelen. De Graaf benadrukte dat in acute situaties crisismanagement toch op het niveau van de regio’s gestalte moet krijgen. Momenteel maken de regio’s al op een slimme manier gebruik van elkaar. Een regio neemt bijvoorbeeld het voortouw en maakt afspraken met andere partijen zoals Prorail, KPN of TenneT. De andere 24 regio’s kunnen deze afspraken overnemen.
Crisisinformatie en –communicatie
Na de media-aandacht over problemen met C2000 bij de Poldercrash, het schietincident bij Hoek van Holland en de aanslag in Apeldoorn bleef het thema crisisinformatie en crisiscommunicatie tijdens de paneldiscussie uiteraard niet onbesproken. Eelco Blok, lid Raad van Bestuur KPN, gaf aan dat er twee dingen rondom C2000 spelen. De procedure is complex en wordt niet goed gehanteerd. Verschillende hulpverleners maken allemaal tegelijkertijd gebruik van hetzelfde kanaal, terwijl er andere kanalen beschikbaar zijn. Ook ziet Blok in het systeem en de capaciteit mogelijkheden om in de toekomst dergelijke problemen te verminderen. Voorhorst, benadrukte het belang van communicatie bij incidenten. Hierbij speelt niet alleen de techniek een rol. Begrip voor elkaars wereld en daar in de voorbereiding energie in steken, is ook erg belangrijk. In het leren kennen van elkaar spelen de veiligheidsregio’s een belangrijke rol. Juist de veiligheidsregio’s vervullen een spilfunctie tussen de private en publieke sector en tussen het centrale (nationale) en lokale veiligheidsbeleid.
Fotoimpressie Opening Academisch Jaar 2009-2010
|
|
 |
 |
| Nieuws |
 |
 |
| Congresagenda |
 |
 |
| Mijn NIFV |
 |
 |
|
| |
|
| |
|
| |
|
|
| |
|