Simulatie toegepast in vergunningaanvragen: een dossierstudie
Om inzicht te krijgen in de toepassing van simulatie- en rekenmodellen heeft het NIFV een onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van deze modellen bij de beoordeling van de gelijkwaardige brandveiligheid van gebouwen ten opzichte van het Bouwbesluit.
Aanpak van het onderzoek
Voor de dossierstudie zijn de regionale brandweerkorpsen benaderd met de vraag of in hun verzorgingsgebied bouwvergunningaanvragen bekend zijn waarin de gelijkwaardige brandveiligheid is aangetoond met behulp van simulaties of rekenmodellen. Van de 25 brandweerregio's hebben er 23 (92%) meegewerkt aan het onderzoek. Vervolgens is via de regio's contact opgenomen met de afdeling Brandpreventie van gemeenten waarvan bekend is dat zij simulaties hebben beoordeeld. In 2006 en 2007 zijn in totaal 31 van de 443 gemeenten (7%) bezocht.
Omdat het onderzoek een steekproef betreft, is zo veel mogelijk geselecteerd op basis van geografische spreiding (ten minste 1 gemeente per brandweerregio) en gemeenteomvang. De aandacht ging daarbij vooral uit naar de grotere gemeenten, aangezien het aannemelijk is dat in deze gemeenten kennis en ervaring aanwezig is op het gebied van de beoordeling van simulaties en rekenmodellen. Uiteindelijk zijn 8 van de 377 (2%) kleine gemeenten (minder dan 50.000 inwoners) bezocht, 10 van de 24 (24%) middelgrote gemeenten (50.000-100.000 inwoners), 10 van de 21 (48%) grote gemeenten (100.000-250.000 inwoners) en 3 van de 4 (75%) zeer grote gemeenten (meer dan 250.000 inwoners).
De 31 gemeenten hebben (naar eigen inzicht) potentieel interessante bouwvergunningdossiers voorgelegd waarin simulaties of rekenmodellen zijn toegepast. Vervolgens heeft het onderzoeksteam de aangeboden dossiers geselecteerd op kwaliteit en diepgang. De gegevens uit de geselecteerde dossiers zijn tijdens het bezoek aan de gemeente ingevoerd in een speciaal hiervoor ontwikkelde database. Ter afsluiting van het bezoek zijn planbeoordelaars geïnterviewd over het beoordelingsproces van de geselecteerde dossiers en over hun algemene ervaringen op het gebied van simulatietoepassing in bouwvergunningaanvragen.
Onderwerp van gelijkwaardigheid
Er zijn 69 dossiers opgenomen in de database, waarvan er 54 bruikbaar zijn voor nadere analyse. In 12 van de 54 dossiers gaat het om de gelijkwaardige veiligheid in een atrium en/of binnenruimte achter een tweede-huidgevel. In 17 dossiers is de ontruimingstijd in een bijeenkomstgebouw het onderwerp en in 6 gevallen gaat het om de beheersbaarheid van brand (en de ontruimingstijd) in een groot winkelgebouw. Er zijn 10 dossiers over parkeergarages aangetroffen en 3 dossiers over verkeerstunnels. In 5 gevallen gaat het om de gelijkwaardige veiligheid in een gebouw waarin brandgevaarlijke stoffen zijn opgeslagen.
Brandveiligheid of vluchtveiligheid
In 11 van de 54 (20%) dossiers is zowel de brand- als de vluchtveiligheid van het gebouwontwerp beoordeeld met een simulatie of rekenmodel. In 32 van de 54 (59%) dossiers is alleen de brandveiligheid van een gebouwontwerp beoordeeld met een simulatie of berekening en in 11 gevallen (20%) is een simulatie of rekenmodel toegepast voor de beoordeling van alleen de vluchtveiligheid.
Type simulatie of rekenmodel
In 33 van de 54 (61%) bestudeerde dossiers zijn CFD-modellen toegepast om de gelijkwaardigheid aan te tonen. In sommige dossiers zijn meerdere modellen toegepast. De voor brandsimulatie toegepaste modellen zijn: Phoenix (8), FDS (3), CFX (2), CHAM (2) en Fluent (1). De voor evacuatiesimulatie toegepaste modellen zijn: Simulex (11) en STEPS (1). Bij 7 dossiers is het toegepaste model niet bekend.
In 41 van de 54 (76%) bestudeerde dossiers zijn (ook) handmatige rekenmodellen toegepast. Dit zijn voor de bepaling van brandveiligheid: het reken- en beslismodel Beheersbaarheid van brand (15), de NEN 6068 (WBO) in een computermodel (8), de NEN 6093 (RWA) in een computermodel (3) en de NFPA 13 (sprinkler) (1). Voor de bepaling van de vluchtveiligheid zijn toegepast: het Vultijdenmodel (10), het model Vluchten uit grote brandcompartimenten (2) en Bijlage G van het brandbeveiligingsconcept voor gebouwen met een publieksfunctie (2).
Terug naar boven
Eerste bevindingen
Momenteel analyseert het NIFV de dossiergegevens. De eerste voorzichtige bevinding is dat de kwaliteit en diepgang van de onderzochte dossiers doorgaans minimaal tot onvoldoende zijn. Zo is in sommige gevallen niet duidelijk welke toetsingscriteria en uitgangspunten voor gelijkwaardigheid de bouwvergunningtoetsers hebben gehanteerd. Bovendien hebben de bouwvergunningaanvragers de aannames, invoerwaarden, keuzes, en de onderbouwing daarvan, veelal niet genoemd in de berekenings- of simulatierapportages. In de rapportages van 7 dossiers is niet aangegeven welk simulatiemodel is toegepast. De dossiers zijn daarmee in veel gevallen niet volledig en kunnen geen overtuigend bewijsstuk zijn van de brandveiligheid van een gebouwontwerp. Toch gaat het in de onderzochte dossiers om goedgekeurde bouwaanvragen. Overigens is er geen noemenswaardig verband geconstateerd tussen de kwaliteit en diepgang van de dossiers en de omvang van een gemeente.
Terug naar boven
Eindrapport
Naar verwachting zal de publicatie van de dossierstudie bij gemeenten in het voorjaar beschikbaar zijn op onze website.
Terug naar boven |
| |
|
|
 |
 |
| Nieuws |
 |
 |
| Congresagenda |
 |
 |
| Mijn NIFV |
 |
 |
|
| |
|
| |
|
| |
|
|
| |
|