|
|
ZiROP
Gebruik en bruikbaarheid Refentiekader ZiROP - eerste meting
| Auteur(s): |
Research voor Beleid, A. Slavenburg, F. van Vree |
| Taal: |
Nederlands |
| Datum van uitgifte: |
Februari 2007 |
| Soort document: |
rapportage |
Samenvatting
Deze rapportage is een verslag van de eerste meting naar het gebruik, de toepasbaarheid, en de ervaringen rond het Referentiekader ZiROP. In dit onderzoek beantwoorden we de volgende onderzoeksvragen:
- Hoeveel ziekenhuizen hebben hun ZiROP getoetst aan het Referentiekader?
- Wat zijn de ervaringen (knelpunten en positieve ervaringen) van de ziekenhuizen met
- Hoe kan het Referentiekader verder worden geoptimaliseerd?
Om bovenstaande vragen te beantwoorden hebben we een aantal activiteiten ontplooid in het najaar van 2006:
- — Inventarisatie bij alle ziekenhuizen (uitgezonderd de deelnemers aan de eerste OTOronde) van het gebruik van het Referentiekader
- — Beoordelen van getoetste ZiROP’s aan het Referentiekader
- — Inventarisatie van de ervaringen met het Referentiekader bij een selectie van ziekenhuizen
- — Opstellen van een advies voor de verbetering van de bruikbaarheid van het Referentiekader
Doelstelling
De eerste conclusie van het onderzoek is dat de eerste doelstelling van het Kwaliteitsverbeterprogramma: 80% van de ziekenhuizen heeft het ZiROP getoetst aan het landelijk Referentiekader reeds is behaald. Kanttekening is dat in de praktijk ‘getoetst’ niet betekent dat alle items uit het Referentiekader zijn overgenomen in het ZiROP. Slechts 27% van de ziekenhuizen in het onderzoek heeft een getoetst en aangepast ZiROP.
Ervaringen met het Referentiekader
Bijna alle ziekenhuizen beschikken over een actueel rampenopvangplan. Het bestaan van het Referentiekader is goed bekend en er wordt veel gebruik van gemaakt. De ervaringen van ziekenhuizen met het gebruik van het Referentiekader ZiROP zijn overwegend positief. De bruikbaarheid van het Referentiekader wordt als goed ervaren. Voor sommige ziekenhuizen is het Referentiekader uitgangspunt voor het ZiROP terwijl er ook ziekenhuizen zijn die na toetsing konden constateren dat hun ZiROP reeds voldeed aan het Referentiekader. Om de items uit het Referentiekader te verwerken moeten ziekenhuizen een interpretatieslag maken. Over het algemeen zijn de ziekenhuizen positief over de balans in het Referentiekader tussen concreetheid en toepasbaarheid. Ziekenhuizen maken zelf een inschatting of een bepaald onderwerp geregeld moet worden ter voorbereiding op een ramp of dat reguliere procedures volstaan. Zo blijkt bijvoorbeeld de preparatiefase in de meeste ZiROP's niet als aparte fase te worden onderscheiden. Verder achten met name kleine ziekenhuizen een aantal items uit het Referentiekader voor hen niet relevant. Tenslotte blijken in veel ZiROP’s items te ontbreken omdat men nog bezig is deze onderwerpen uit te werken. Een opvallend punt is dat de meeste ZiROP’s een andere indeling kennen dan het Referentiekader en de toetsing voor de meeste ziekenhuizen geen aanleiding vormt om de indeling van het plan aan te passen.
Handvatten voor bijstellen Referentiekader
Uit het onderzoek komen de volgende suggesties naar voren wat betreft verbetering van de bruikbaarheid van het Referentiekader: Duidelijke link met de verplichtingen waaraan ziekenhuizen straks moeten voldoen en waar de Inspectie (IGZ) op gaat controleren. Meer duidelijkheid bieden over de eventuele gewenste indeling van het ZiROP (aangezien de ziekenhuizen de indeling van het Referentiekader meestal niet volgen). Meer aandacht voor de consequenties van de specifieke kenmerken van een ziekenhuis voor het ZiROP (zoals grootte, hun specialisatie en hun positie in een regio). Meer duidelijkheid over hoe het ZiROP gebruikt dient te worden en wat de consequenties daarvan zijn voor de gewenste indeling, inhoud en omvang van het rampenopvangplan. Meer aandacht voor de wijze waarop en de frequentie waarmee een ZiROP geactualiseerd dient te worden en hoe ziekenhuizen met het dilemma om kunnen gaan van enerzijds een zo compleet mogelijk ZiROP willen hebben en anderzijds op korte termijn ‘een’ plan hebben liggen. Opnemen van een checklist met items die van belang zijn in de fase na de afschaling, zoals de voorraad weer op orde brengen en afspraken maken met andere zorginstellingen over patiënten. Verder uitwerken van de volgende items: administratie en documentatie, communicatie en automatisering, opschalen in fasen en ‘speciale’ rampen. Voorbeelden en tips van andere ziekenhuizen kunnen hierbij een rol spelen.
Download
Eindrapportage februari 2007: 1e meting
|
|
 |
|
|