Het onderzoeksprogramma
Aanleiding
Onder het begrip ‘simulatie’ wordt verstaan: het op basis van rekenkundige modellen realistisch nabootsen van een proces, een structuur en/of een situatie met behulp van computerondersteuning. Het kan hierbij gaan om simulaties van branden (rook en temperatuur), maar ook om simulatie van vluchtgedrag (evacuaties) en interventies (sprinklers en ingrijpen door de brandweer). De toename in rekencapaciteit van computers en de kennisontwikkeling op het gebied van stromingsleer hebben het mogelijk gemaakt dat steeds vaker simulatie voor brand en rookverspreiding wordt toegepast om de brandveiligheid te beoordelen. Dit wordt bijvoorbeeld door bevoegde gezagen gedaan in het kader van een bouwvergunningaanvraag. Het omgaan met en de beoordeling van simulaties is echter vaak niet eenvoudig. Dit vraagt om kennis bij betrokken instanties.
Terug naar boven
Hoofdlijnen van het programma
Het onderzoeksprogramma is onderverdeeld in vijf sporen: Spoor 1: Verkenning (brand)simulatie en -modellering Spoor 2: Meting kennisniveau (brand)simulatie Spoor 3: Toepassing brandsimulatie in Nederland Spoor 4: Netwerkontwikkeling brandsimulatie Spoor 5: Kennisoverdracht aan het brandweerveld
Spoor 1: Verkenning (brand)simulatie en -modellering In het eerste spoor zijn vier verkennende studies naar de stand van zaken op het gebied van simulatie uitgevoerd: brandmodellering, evacuatiemodellering, modellering van brandbeveiligingsinstallaties en interventiemodellering. Daarnaast is er een verkenning van simulaties voor de verspreiding van gevaarlijke stoffen verricht.
Spoor 2: Meting kennisniveau (brand)simulatie In dit onderzoeksspoor meten we het kennisniveau bij gebruikers en beoordelaars van brandsimulaties. Het is de bedoeling dit op twee momenten te doen om inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van het kennisniveau gedurende het onderzoeksprogramma.
Spoor 3: Toepassing (brand)simulatie in Nederland Wie past welke simulatiemodellen toe en met welk doel? Welke ervaring is er in Nederland met brandsimulatie? Een vergelijkend onderzoek beoogt duidelijkheid te verschaffen over de verschillen en overeenkomsten. Niet alleen bij toepassing van brandsimulaties, maar ook bij de interpretaties van de resultaten door bijvoorbeeld vergunningverleners. De toepassing van simulaties, de stand van zaken omtrent diverse modelleringsaanpakken en de behoeften van vergunningverleners op het gebied van simulaties zullen de basis vormen voor een praktijkrichtlijn Brandsimulatie.
Spoor 4: Netwerkontwikkeling (brand)simulatie In nationale en internationale samenwerkingsverbanden wordt volop aan brandsimulaties gewerkt. Aansluiting bij dergelijke verbanden of kennisnetwerken maakt ontsluiting van state-of-the-art kennis op het gebied van simulatie mogelijk. Daarnaast kunnen de onderzoeksresultaten van het onderzoeksprogramma in deze netwerken worden ingebracht. Daarom is netwerkontwikkeling een belangrijk speerpunt van het onderzoeksprogramma.
Spoor 5: Kennisoverdracht aan het brandweerveld De verhoging van het kennisniveau van lokale overheden op het gebied van brandsimulatie vereist informatieoverdracht. Dat kan onder meer via opleidingen, congressen, publicaties of hulp bij praktijksituaties. In het onderzoeksprogramma wordt hieraan ruim aandacht besteed.
Terug naar boven
Wat gebeurt er binnen het programma?
Het programma is gestart met een verkenning van de literatuur op het gebied van (brand)simulatie, evacuatiemodellering en interventiemodellering. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het rapport Verkenning van simulatiemodellen: Brand- en rookontwikkeling, evacuatie- en interventiemodellering. Daarna is besloten brandsimulatie tot speerpunt van het programma te benoemen. In dit kader is de toepassing van simulatiemodellen door adviesbureaus in Nederland in kaart gebracht. Vervolgens zijn bij diverse gemeenten simulatiedossiers verzameld. Deze zijn in een database ingevoerd en geanalyseerd. Daarnaast heeft het projectteam een meetinstrument ontwikkeld om de kennis en competenties van lokale overheden op het gebied van brandsimulatie in beeld te brengen.
Gegeven de diversiteit aan rekenprogramma's wordt in het onderzoek ook een referentiestudie uitgevoerd: wat is de invloed van het gebruik van verschillende programma's voor dezelfde situaties en wat is de invloed van de invoerparameters op de uitkomsten? Daartoe werken we samen met de Technische Universiteit Eindhoven en de International Building Performance Simulation Association, afdeling Vlaanderen-Nederland.
Ook wordt er gewerkt aan een onderzoek naar modellen voor natuurbrandverspreiding.
Voor details over de lopende activiteiten: Stand van zaken onderzoeksprogramma.
Terug naar boven |
| |
|
|
 |
 |
| Nieuws |
 |
 |
| Congresagenda |
 |
 |
| Mijn NIFV |
 |
 |
|
| |
|
| |
|
| |
|
|
| |
|