Webshop 
 
  print
   
   
   
   
   
   
   

Dossier Protocol Decontaminatie (DECO)
(laatst gewijzigd: 9-11-2007)

Contaminatie of besmetting betekent dat er een hoeveelheid van een ontsnapte gevaarlijke stof (of stoffen) is achtergebleven op mensen of materieel. Hulpverleners en slachtoffers kunnen op verschillende manieren besmet worden.
De contaminatie vormt niet alleen een probleem voor het besmette slachtoffer, maar ook voor nog niet besmette personen zoals hulpverleners, werknemers in de directe omgeving of de bevolking. Er is sprake van een primaire besmetting indien direct contact is geweest met de gemorste vloeistof of vaste stof of wanneer er door de wolk heen gelopen of gereden is. Er is sprake van secundaire besmetting wanneer primair besmette mensen of materialen worden aangeraakt, wanneer er contact is met neergeslagen gevaarlijke stoffen op materiaal, bij het eten en/of drinken van besmette etenswaren en bij het inademen van de uitademingslucht van slachtoffers.
Indien een persoon blootstaat of heeft gestaan aan gevaarlijke stoffen zijn de longen (inhalatie) en de huid (absorptie, wonden) de belangrijkste opnameroutes die kunnen leiden tot inwendige weefselbeschadigingen en intoxicatie. In geval van besmetting van de huid met stoffen die de huid kunnen beschadigen of snel door de huid kunnen worden opgenomen, is het zaak het slachtoffer zo snel en efficiënt mogelijk te decontamineren.
Onder decontaminatie of ontsmetting wordt het geheel van maatregelen verstaan dat in de repressieve fase dient te worden genomen om mens, dier, objecten en omgeving vrij te maken van de besmettende stof (of stoffen), zodanig dat daardoor geen verdere gezondheidsschade meer kan ontstaan. Ontsmetten kan door het verwijderen of neutraliseren van de gevaarlijke stoffen die op mensen zijn gekomen. Zolang een gevaarlijke stof aanwezig is, kan in principe verdere blootstelling plaatsvinden waardoor de stof kan inwerken op het lichaam. Hierdoor verergert het (chemische) letsel, moeten hulpverleners zich beschermen en verspreidt de stof zich in het milieu. Bovendien zijn besmette slachtoffers een bron van secundaire besmetting.

Door het toenemend transport en opslag en gebruik van gevaarlijke stoffen is de kans op contaminatie groter.
In Nederland was er tot 2005 multidisciplinair niets geregeld voor de slachtoffers van besmettingen met gevaarlijke stoffen. Daarom was er behoefte aan een protocol Decontaminatie voor brandweer én geneeskundig personeel.
Met het protocol Decontaminatie wordt gestreefd naar een ideale situatie voor zowel de slachtoffers als de hulpverleners (brandweer, GHOR en politie), maar met in achtneming van de bestaande procedures, functionarissen en hun opleidingsniveau.

In de loop van 2006 hebben de 6 NBC-steunpuntregio's van de brandweer de nieuwe bevoorradingsunits van de LFR ontvangen.
Elke steunpuntregio is nu uitgerust met zowel een decontaminatie-unit als een bevoorradingsunit. De NBC-steunpuntregio's zijn vanaf 1 juni 2006 operationeel. De afdeling Logistiek van de LFR heeft daarnaast zowel een reserve-exemplaar van de decontaminatie-unit als van de bevoorradingsunit ter beschikking, alsmede een aantal extra NBC-artikelen opgenomen in de NCC-voorraad.

Twee andere gerelateerde protocollen die door partners uit diverse overheden en hulpverleningsorganisaties zijn ontwikkeld, zijn:

NIEUW in dit dossier

Evaluatie CBRN-protocollen, waaronder protocol Decontaminatie, 29 september 2010
 Mijn NIFV
 
 Zoek
 
Stel uw vraag
Kennisbank Dossiers
Kennisbank Veelgestelde vragen
Dossier Besluit kwaliteit brandweerpersoneel
Oefenbank multidisciplinair
Kennisdossier multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen
 
 
   
  Contact    Mijn NIFV    Disclaimer    Sitemap    Help